Reisverhaal deelnemer: Bormio 2017 (2)

Jaap Muijs ging in 2016 al mee richting Nauders om de Stelvio te beklimmen. Dit jaar koos hij voor de reis naar Bormio, om de Stelvio nog eens te doen, maar dan twee maal op 1 dag:

Nadat ik vorig jaar een mooie, gezellige en leuke reis met Wielerbus had gehad naar de Stelvio wilde ik dit jaar weer mee. Ik liet mijn oog al snel vallen op de reis naar Bormio. Nadat ik de reis geboekt had was het aftellen begonnen.
16 augustus was het dan eindelijk zo ver. Ik mocht weer naar de bergen. Met minder trainingsuren dan gehoopt stapte ik de wielerbus in. Op naar Italië. De busreis was lang maar comfortabel. Doordat de reis niet was volgeboekt had iedereen 2 stoelen tot zijn beschikking. Half slapend reden we vervolgens de nacht in. Door telkens kort weg te dommelen vloog de reis eigenlijk voorbij. Aan het begin van de ochtend reden we over enkele prachtige bergpassen in Zwitserland. We zijn er bijna.

Rond 8:30 bereikte we het hotel in Bormio, de kamers waren nog niet klaar maar we konden wel meteen aan het ontbijt. Na het ontbijt maakte iedereen zich klaar voor het eerste rondje op Italiaanse bodem. Het weer is prachtig en doordat de weersvoorspellingen voor dag 3 niet zo goed waren besloot een groot gedeelte van de groep vandaag al de Gavia te beklimmen. Zelf dacht ik aan morgen en ging met het overgebleven gezelschap richting een wat onbekende maar prachtige Torri di Fraele. Kans om op te warmen was er niet bij. Vanuit Bormio liep de weg meteen omhoog. Niet veel later passeerde we het bord met “Passo dello Stelvio”. Dat is voor morgen dacht ik bij mezelf. We vervolgden onze weg naar de Torri di Fraele over glooiend asfalt. Niet veel later begon de klim al. 2 keer rechts en de klim begon echt. Meteen gaf de Garmin 9% aan. Lekker eindelijk klimmen. Het eerste gedeelte van de klim klampte ik me vast in het wiel van Pim. De benen wilde wel maar mijn hartslag hield me tegen. 191, 192, 193 bpm. Pfff ik moet wat rustiger aan doen. Ik liet Pim gaan en pakte een wat rustiger tempo. De eerste paar kilometer waren rechtdoor omhoog. Eenmaal een picknickplekje gepasseerd begonnen de haarspeldbochten die elkaar snel opvolgde met een prachtig uitzicht over een ondergelegen dal. Naar boven kijkend was het torentje op de top al zichtbaar. Haarspeldbocht na haarspeldbocht volgde. Mijn hartslag bleef hoog maar ik had er geen last van en kon een behoorlijk tempo blijven rijden. “1km” stond op het wegdek geschreven. Nog 1 keer op de pedalen, de top was bijna bereikt. Nog door 2 tunnels en ik kwam uit bij het torentje. Ik zette meteen m’n fiets tegen een muurtje aan en keek naar beneden over de prachtige haarspeldbochten. Een mooie opwarmer voor morgen.

Na een snelle afdaling kwamen we weer terug in Bormio. Het was nog vroeg op de middag dus dat gaf mooi de gelegenheid om Bormio even te verkennen en wat boodschappen te doen. Eenmaal terug in het hotel viel ik al snel even in slaap na een lange nacht. 2 uurtjes later werd ik wakker en liep ik naar de lobby. Het grootste gedeelte van de andere groep was ook al teruggekeerd. Napratend op het bankje voor het hotel was het wachten op het diner. Na het eten was het al snel weer tijd om naar bed te gaan. Morgen moet het gebeuren.
Om 7:15 ging de wekker weer. Vandaag was de dag. Toen ik de gordijnen opendeed, kreeg ik er meteen helemaal zin in. Stralend weer in Bormio. Laat die Stelvio maar komen. Na het ontbijt maakte iedereen zich klaar. De kleine bus die waar René de chauffeur mee naar de top zou rijden helemaal volgestopt met eten, kleding en drinken. We gaan! Door de drukke straten van Bormio volgden we de borden naar de Stelvio. Al snel reed de groep verbrokkeld over de weg. Ik kon snel een goed tempo pakken. Het eerste lange rechte stuk met enkele tunnels kwam uiteindelijk uit bij een stuk met achtereenvolgende haarspeldbochten. Omgeven door indrukwekkende rotswanden en een waterval vervolgde ik mijn weg naar boven. Het tempo bleef er lekker in en al snel bereikte ik het plateau. Naast het geluid van de rollende wielen over het asfalt waren enkel beekjes en koeien met bellen om de nek hoorbaar. Pure rust.
Na het plateau begon het moeilijkste gedeelte van de klim. De top was al zichtbaar maar de stijgingspercentages werden steeds hoger. “3km” stond er op het wegdek geschreven. Nog even en ik ben boven. Eenmaal boven stond Rene ons al op te wachten met het busje. Ik voelde me nog erg fris en zag de 2e keer Stelvio helemaal zitten. Na enkele foto’s, het drinken van een colaatje, de bidons te hebben bijgevuld en wat te hebben gegeten besloten we met een groepje af te dalen. De eerste 3 kilometer volgde we dezelfde weg. Daarna sloegen we af naar rechts Zwitserland in. Een prachtige afdaling volgde. Mooie wegen met mooie haarspeldbochten bracht ons beneden. “Mooi he” waren de woorden van Pim onderweg. Inderdaad het is hier prachtig. Eenmaal beneden volgde een stuk valsplat naar beneden en dat bracht ons weer bij de Italiaanse grens. Direct achter de grens besloten we wat te gaan eten.

Na het eten vervolgde we onze weg richting Prato. De weg liep valsplat naar beneden maar de wind maakte het tot een lastig stuk. Eenmaal aangekomen in Prato begonnen we er weer aan. Nog een keer de Stelvio op maar nu vanaf de andere ‘lastigere’ kant. Meteen gingen Pim, Martin en Sander er vandoor. ABANDON was het woord dat door m’n hoofd ging. De strijd tegen mezelf was begonnen. De benen liepen snel leeg, het tempo zakte. Het was enorm warm en slopend. Al snel waren ook m’n bidons weer leeg. Blij als ik was toen ik na een aantal kilometer Pim en Sander bij een fonteintje zag zitten. “Is dat water?” Vroeg ik. Helemaal leeg en gekookt plofte ik neer bij het fonteintje. Ik vulde mijn bidon en dronk hem meteen helemaal leeg. We moeten verder. Ik vervolgde mijn weg met Pim en Sander maar ik moest het al snel weer laten lopen. De benen waren intussen al helemaal leeggelopen. Soepel draaien was er al niet meer bij. “9km” stond er op de weg in het blauw geschreven. Niet veel later opnieuw “9km” maar nu in het wit. Wat is het nou? Doorploeterend begon de kramp op te komen. Het kon niet meer, ik moest stoppen. Ik stapte van mijn fiets en viel neer in het gras. De kramp sloeg volledig toe in mijn benen. Ik ga het niet redden dacht ik. De een na de andere wielerbus deelnemer reed me voorbij. “Wat ben je aan het doen?” vroeg vrijwel iedereen. “Kraaaammmp” was het antwoord. Ook Bart passeerde me. “Heb je nog wat bij je?” vroeg hij. “Nee alles is op”. Na enkele minuten vervolgde ik mijn weg. Elke 500 meter moest ik weer met mijn voeten aan de grond. De kramp kwam weer opspelen. Ik ploeterde door naar boven en kwam eindelijk weer bij een fonteintje. Bij Bart was de kramp er intussen ook ingeschoten. Even tot rust gekomen en mijn bidons gevuld vervolgde ik mijn weg met Bart. De kramp speelde telkens weer op en van echte lange stukken doorfietsen was geen sprake meer. Ook Bart moest ik laten gaan. Gedragen door het uitzicht versleten toch langzaam aan de kilometers. In bocht 10 besloot ik te stoppen en even te genieten van de plek waar ik was. Ik pakte mijn telefoon en maakte een paar foto’s.

De appjes uit de groepsapp stroomde binnen. Andere deelnemers hadden het ook zwaar. “Bocht 10. Overal kramp” stuurde ik. Niet veel later hoorde ik een schreeuw van boven “”JAAAAAAP”. Verbaasd keek ik naar boven en zag ik een aantal bochten boven me Pim staan. Ik stapte weer op de fiets en passeerde al snel het 2km teken. Het einde was in zicht. Nu stap ik niet meer af! De laatste 2 kilometer vlogen voorbij en van kramp was even geen sprake meer. Eindelijk ik ben boven dacht ik. Na een korte stop besloot ik maar snel te gaan dalen naar Bormio. Eenmaal aangekomen bij het hotel schoot meteen de kramp er weer in. Hier maakt het niet meer uit, ik heb het gehaald. Ik plofte neer in het gras en praatte wat met de andere deelnemers. Het was intussen al laat op de middag. Na het diner was het al snel tijd om naar bed te gaan.
De volgende dag waren de weersvoorspellingen dramatisch. Na lang twijfelen besloot ik met een klein groepje maar weer naar de Torri di Fraele te gaan. Als het weer dan omslaat ben ik binnen een half uur weer terug was de gedachte. Een andere groep was al vertrokken richting Livigno. De benen voelde gek genoeg super en ik knalde de Torri di Fraele op. Iets wat ik nooit had verwacht na gisteren. Op de klim ingehaald door het busje met Rene, Pim en Robin erin maakte ze wat foto’s. Het weer was prachtig. In Italië kunnen ze het weer dus ook niet voorspellen. Eenmaal teruggekomen bij het hotel twijfelde ik nog of ik toch nog even de Gavia zou beklimmen. Niet veel later maakte de voorspelde regen een einde aan alle twijfels. Het is mooi geweest. Ik besloot met Ricardo en Marc een pizza te gaan eten in Bormio een vervolgens wat souvenirs te gaan kopen. Na het diner gingen we met een groot gedeelte van de groep gezellig wat drinken in een wielercafé. De volgende dag vertrokken we weer vroeg richting Nederland.