Het meisje tegen de Ventoux

Het meisje tegen de Ventoux deel 2

Het was heet in het bos, ik reed 6 kilometer per uur, wilde het liefst omkeren en begon al snel met aftellen. Nog 4 kilometer en 600 meter tot Chalet Reynard, nog 4 kilometer en 500 meter tot Chalet Reynard. Van een super vies en mierzoet gelletje kreeg ik een kleine boost. De andere redding was mijn iPod. Ik had goed gebruik gemaakt van college en tijdens die uren een speciale Ventoux playlist gemaakt. Het was een afspiegeling van mijn gehele iTunes bibliotheek: van Avicii tot Verdi. Het super foute ‘Les Lacs du Connemara’ van Michel Sardou hielp me door het bos. Rammsteins ‘Ich Will’ klonk vlak voor Reynard. Het gaat me lukken.

Drie kilometer voor de top kwam de man met de hamer. Ik had honger. Heel erg honger. Voor me zag ik bakken patat met heel veel mayonaise, ik zou een moord doen voor een paar kipnuggets. Mijn iPod speelde ‘Voices’ van Vangelis, een veels te bombastische soundtrack bij het treurige beeld van een zwalkend meisje op een fluorescerend gele fiets. Daarna sprak Matt Bellamy van Muse me toe: ‘And I choose to survive, whatever it takes.’ Hij had gelijk. Ik ga door. Op de top at ik binnen een minuut een hele zak chips leeg.

Ik had nu twee derde gehad, dus snel de afdaling in naar Sault. En dat duurde lang. Heel erg lang. Normaal fiets ik een berg op en ga dezelfde weg weer naar beneden, mezelf verbazend over de enorme afstand die ik omhoog hebt gefietst. Nu zie je hoe ver je straks weer terug naar de top moet fietsen. Het is dat ik mijn stempel moest halen in Sault, anders had ik na 20 kilometer gedacht: ‘Laat die laatste 6 maar zitten, we beginnen hier met de klim.’

De afdaling van Sault eindigt met een klein klimmetje, een pijnlijk klimmetje na 2 keer de Ventoux in de benen. De man bij de VVV stempelde met veel enthousiasme mijn kaart en ik besloot gelijk maar weer op weg te gaan. We fietsten beide ontzettend langzaam. Sault is de makkelijke klim, maar op dat moment niet meer. Ik kon niet wachten tot de bijna vlakke kilometers voor Chalet Reynard. Bij het chalet maakte ik me op voor de allerlaatste 6 kilometer. Ik propte twee mueslirepen naar binnen en begon met enige tegenzin aan de finale.

In die laatste kilometers heb ik in elke buitenbocht gestopt. En ook nog een keer bij het Simpson monument. Ik begon beter haalbare doelen voor mezelf te stellen. Als ik het maar haal tot de volgende bocht. Als ik het maar haal tot die rare steen daar. Als ik het maar haal tot de naam ‘MOLLEMA’ daar op het asfalt. In de laatste 600 meter kreeg ik opeens een klein windje in de rug. Na zo’n gestoorde tocht begin je op een gegeven moment een beetje raar te worden: ik begon de berg te bedanken. Dankjewel, dankjewel, dankjewel. Of is het U..? Misschien wil de Ventoux met U aangesproken worden? Dankuwel, dankuwel…

En zo kwam ik toch op de top terecht, waar ik eerst even voor pampus moest gaan liggen. De mensen die ik onderweg had gesproken kwamen me feliciteren. Ik had de berg verslagen.

In de afdaling terug naar Malaucene realiseerde ik me dat ik vergeten was naar Verdi te luisteren.

Tags : ,