Hongerklop

Hongerklop

Het is alweer jaren geleden. Ik fietste zelf nog niet. Mijn vader en broertje waren op de mountainbike richting Emmen geweest. Ze kwamen pas laat thuis, de schemering was al ingetreden. Mijn broertje kwam lijkbleek binnen strompelen. Hij had een ontzettende honger, maar ze hadden helemaal niks bij zich. Ook waren ze onderweg geen enkele eetgelegenheid tegen gekomen. Geen snackbar voor een patatje met, geen café voor een tosti of een portie bitterballen en geen tankstation voor een Snickers. Dat was de eerste keer dat ik een hongerklop van dichtbij had gezien.

Mijn eerste hongerklop kwam een paar maand nadat ik begon met wielrennen. In het begin had ik moeite met eten op de fiets. Ik ging liever even stilstaan. Een hap nemen, kauwen, doorslikken en ademen tegelijk vond ik nogal een opgave tijdens een inspanning. Eigenlijk vind ik dat nog steeds weleens een opgave.

Het gebeurde in Zuid-Limburg. We hadden al wat klimmetjes gedaan en kwamen vanuit Gulpen richting Valkenburg geracet. Ik voelde me al wat slapjes, maar bedacht dat ik bovenop de Cauberg wel even zou kunnen eten. De rest was namelijk een stukje vooruit. Ze zouden boven wel staan te wachten. Ik draaide de Cauberg op en begon vol goede moed aan de klim. Maar na enkele meters stond hij daar ineens: de man met de hamer.

Ik verloor alle kracht uit mijn benen en mijn ogen stonden binnen no time hol in mijn kop, het beeld op wazig. Kruipend ging ik verder. Mijn medefietsers waren al lang voor me uit en hadden dus geen idee wat er aan de hand was. Het liefste ging ik gewoon op de stoeprand zitten, of nog beter; in de berm liggen. Voor de rest van de dag. Tergend langzaam fietste ik de heuvel op. Ik sleepte mezelf gewoon naar de top. Ik weet niet hoe ik er geraakte, maar het lukte.

Boven legde ik mijn fiets neer en ging er zelf naast liggen. Na een minuutje at ik meerdere repen, stroopwafels en tabletten druivensuiker. Een andere noemenswaardige hongerklop was tijdens een Wielerbusreis naar Girona. We fietsten één van de mooiste routes van die week: de glooiende weg langs de kust. Alles was mooi en genieten totdat iemand op het uit-knopje drukte. Van het ene op het andere moment kon ik niks meer. Ze hebben me zelfs de viaduct op moeten duwen. Ik vond het zielig voor diegenen die bij mij waren, maar was ook maar al te blij dat ze me niet in de steek lieten. Eenmaal ‘thuis’ hebben ze me in de lift gezet, boven opgevangen, en een glas chocomelk bij me naar binnen gegoten (en ik heb een hekel aan zuivel, dus dat ik dat liet gebeuren betekende dat het wel heel erg was).

Sindsdien dwing ik mezelf op de fiets altijd te eten voordat ik honger krijg en heb ik altijd genoeg te eten mee voor onderweg. Ik ben soms een fietsende supermarkt. Ik heb stroopwafels en winegums voor iedereen heeft. Want ik gun echt niemand een hongerklop. Echt niemand. In Girona kon ik pas weer praten nadat ik een complete pizza naar binnen had gewerkt.

Tags : , ,